Ontroerend Goed Gudula
Als je naar het woonzorgcentrum verhuist, moet je veel achterlaten. Het huis waarin je woonde blijft staan op de plek waar het altijd al stond, als onroerend goed. Maar heel veel roerende goederen kunnen niet mee naar je nieuwe kleinere kamer. Dat wat je dan wel meeneemt moet wel heel bijzondere waarde voor je hebben. Deze spullen vertegenwoordigen de herinneringen en emoties van een heel leven.
Het is je ONTROEREND GOED
In dit project Ontroerend Goed gingen wij in gesprek met 10 bewoners die zelf liever niet zo op de voorgrond willen, maar ieder voor zich wel een bijzonder verhaal te vertellen heeft.
Het resultaat: 10 portretten in woord en beeld, waar de deelnemers zelf erg trots op zijn!
Deze foto’s en verhalen vormen samen een reizende expositie.
“Alleen op avontuur naar Brazilië!”
Geertruida Vreeman – Mennink geb. 13 juni 1922
In het verre Brazilië wordt een kleinkind geboren. Daar moet je als kersverse oma natuurlijk heen! Met wie? Gewoon alleen! Toen een hele onderneming, vooral ook als je de 60 voorbij bent. De heen- en terugreis werd georganiseerd door “Wij komen!” een nationaal hulp(spaar)fonds om geëmigreerde familieleden te herenigen. Het reisgezelschap had allemaal het zelfde doel, elkaar terug zien in den vreemden.
Ze kwam uiteindelijk na een lange reis van meer dan 18 uur in Castrolanda, een gemeenschap van oorspronkelijk Drentse boeren. Haar zoon werkte daar als onderwijzer. Maar – zoals het in zo’n gemeenschap gaat – ook als deeltijd burgemeester en doodgraver. Zijn hoofd taak was les geven in het Nederlands en Portugees. Het viel haar vooral op hoe arm de mensen daar waren, ze zag veel kinderen met weinig of geen kleren.
Natuurlijk wil je ook het land verkennen, als je er toch bent. Gewoon de toerist uithangen, souvenirs kopen en veel foto’s maken. Ze laat haar fotoboek zien. Prachtige foto’s van de Pinjero’s: bijzonder gevormde naaldbomen die alleen daar groeien. Prachtige watervallen met een touwbrug op duizelingwekkende hoogte met Geertruida die daarop ‘zweeft’ en geniet van het kletterende natuurgeweld.
Weer thuis hoorde ze op het nieuws dat deze brug naar beneden is gestort en slachtoffers maakte. Dat maakt het avontuur met terugwerkende kracht nog spannender en gevaarlijker. Ze is zich eigenlijk achteraf wel doodgeschrokken.
Piranha’s zijn roofvissen die je niet tegen wilt komen. Met hun vlijmscherpe tanden kunnen ze je heel snel tot op het bot afkluiven. Als veehouders met hun kuddes moeten oversteken, sturen ze eerst een zwak dier door het water, zodat ze daarna snel met de kudde kunnen oversteken. Ook als stilleven in haar kast zijn de tanden indrukwekkend.
Terugvliegen een reis van 18 uur met een tussenstop in Sao Paulo. Geertrui ging even bij de groep vandaan … en toen was ze opeens alleen. Groep weg. Grote Schrik! Maar met handen en voeten en veel inventief vermogen heeft ze zich verstaanbaar kunnen maken in het Portugees (of was het Engels?). Ze zat weer met de groep in hetzelfde vliegtuig. Avontuurlijk dat reizen.
En weet je … als ze morgen weer mee op reis zou kunnen … ze zou zich geen moment bedenken. Er is nog zoveel te zien! Cuba staat ook nog op haar lijstje.
Maar niet meer alleen …!
Geertruida Vreeman vertelde haar verhaal aan Irma Mulder, coördinator welzijn Gudula
“Spulletjes … altijd met een verhaal!”
Hanny Antonides, geb. 23 december 1925
Achterlaten, weggeven en opnieuw beginnen. Een nieuwe fase in je leven. Zo ziet Hanny Antonides haar verhuizing naar Gudula.
Ze houdt van spullen met een verhaal en kiest bij de Kringloop zorgvuldig uit wat in haar nieuwe huis mag staan. Maar het is pas gezellig als het lekker rommelig is, … als er veel spullen met een verhaal om haar heen staan. Dat brengt haar zelf op verhalen en nieuwe ideeën. En haar oude spulletjes zullen plezier geven in een ander leven.
Haar leven begon in Winsum, een dorpje in Groningen. Bij Wachtpost 94. Haar vader werkte bij de Nederlandse Spoorwegen. Dat was leuk, want zij kon altijd met haar broers en zussen gratis reizen met de trein. Ze hadden een speciale verlofkaart. Ze was er super trots op! Ze kon nu gewoon maar instappen, met het rode boemeltje van Winsum naar Groningen en dan bij Jamin voor 10 cent snoep kopen.
Door heel Nederland konden ze, maar toch is haar leven is ‘dichtbij’ gebleven …
Ga maar even naar de buren … goudvissen kijken bij de boerderij verder op … zodat je even niet voor de voeten liep. Ze moest ook altijd melk halen bij de boerderij. Maar op een dag schrok ze zich helemaal lam … er kwam een hele grote hond op haar af. Ze liet alle kostbare melk vallen … het voordeel was wel dat ze de hond van zich afschudde. Die slobberde blij alle kostbare melk op. Thuis kreeg ze natuurlijk heel erg op haar sodemieter …
Ze herinnert zich de strik in haar haar. Rood op doordeweekse dagen, wit voor de zondag en feestdagen.
Heimwee… dat heeft ze wel naar die lagere schooltijd. Onbezorgd en vrij was ze toen nog. Heel veel vriendinnetjes en niet gepest of beoordeeld worden. Een periode waar je mocht leren, ook als meisje. Daarna was het afgelopen. Je werd als vrouw geacht een gezinsleven op te bouwen. Een schoolcarrière paste daarin niet.
Ze mijmert … droomt even weg naar haar oude droom … een leven als onderzoeksjournalist. Veel reizen met treinen en door de lucht … en schrijven … Wat als ze dat had kunnen doen, wat zou ze hebben beleefd …?
Kennis is voor haar als zuurstof. Wat ze maar hoorde, las en kon leren, zoog ze als een spons op. Ook rare weetjes … ze weet nu nog alle 9 voornamen van Prins Bernard: Bernhard Friedrich Eberhard Leopold Julius Kurt Carl Gottfried Peter.
Hanny Antonides vindt het leven niet altijd makkelijk … maar ze is ervan overtuigd dat er geen gunsten zijn. Je moet het verdienen …
en ook vooral niet vergeten van het leven te genieten.
Hanny Antonides vertelde haar verhaal aan Irma Mulder, welzijn Gudula
“Misschien wel de grootste fan van Chopin”
Ton Greutink, geb. 1 maart 1931
Klassieke klanken schallen door de voordeur van de heer Greutink de gang op. Ik bel aan, maar de deur gaat niet open. Nog een keer bellen, nu wat langer en luider. Klop daarna nog een keer en probeer dan maar de deur open te maken. Dat lukt! Tonr Greutink komt me met een brede lach tegemoet.
“Ik heb echt niets te vertellen, dat heb ik Irma ook al gezegd”, krijg ik als eerste reactie. Maar ik mag zeker even binnen komen.
Direct zie ik een gigantische CD-verzameling. Ton Greutink is duidelijk een grote liefhebber! Hij vertelt trots dat zijn collectie heel breed is: van Country&Western, tot Iers en veel klassieke muziek. Hij heeft een sterke voorkeur voor Beethoven en Tchaikovsky. Maar zijn lievelingscomponist is Chopin en van hem het 1e pianoconcert. Ton luisterde dit altijd met zijn vrouw. Maar zij vond dat hij geluid niet zo hard moest zetten voor de buren. Dat doet hij nu wel en dat komt binnen! Ik luister nu samen met hem. Echt prachtig!
Met zijn kinderen maakt hij sinds 2011 elk jaar een reis. In 2014 ging hij naar werelds beroemdste kerkhof Père Lachaise, naar het graf van Chopin. Dé reden om naar Parijs af te reizen. Hij maakte hiervan een schitterend fotoboek , met al zijn herinneringen en een foto van hem bij het graf van de meester. In 2015 hoopt hij naar Polen te gaan, naar het geboortehuis van Chopin, die maar 37 jaar is geworden.
Ton is bankwerker en heeft bij Nijha alles geleerd. Hij maakte vooral kinderspeeltoestellen. Eerst werkte hij in de fabriek. Later maakte hij promotie en plaatste toen de toestellen in wijken en bij bedrijven. Maar de techniek blijft hem interesseren en hij werkt het liefst met metaal en heeft dat nog lang gedaan. Ook bij andere werkgevers.. .
Tot Ton in aanraking kwam met hout … of eigenlijk met tekens. Hij ging eens met zijn koor naar een plaatsje in Twente. En daar was iemand met een boekje over geveltekens van boerderijen. Erg interessant, want zo’n gevelteken vertelt alles over de geschiedenis van de boerderij en zijn bewoners. Zo kun je bijv. aan de vorm zien of het een katholieke of protestantse boer is. En ook per streek heb je grote verschillende.
Ton heeft heel wat afgefietst in Twente en de Achterhoek en ontdekte steeds weer nieuwe. Het potlood en papier was altijd dichtbij en zeer geduldig. En dan thuis op schaal uittekenen en met de figuurzaag aan de slag.
Ton bewaart ze in een grote doos onder zijn bed. Jammer dat hij niet meer kan zagen. Maar erover vertellen kan wel. Hij weet precies welke waar vandaan komt en wanneer hij deze gemaakt heeft. Het jaartal heeft hij achterop het schaalmodel geschreven. Zijn collectie is allang niet meer compleet. Hij heeft her en der veel weggegeven. “iedereen vond ze zo mooi”. Het teken op de foto is “Geloof, hoop en liefde”. Ook zijn levensthema!
Ton Greutink vertelde zijn verhaal aan Anita Kunst van Fit-ART
“Ik hou zo van die kleur blauw”
Gerda van Oortmarssen – Nijman, geb. 21 juni 1923
“Ik heb geen bijzonder leven gehad. Er komt bij mij niets naar boven wat bijzonder is om te vertellen” , zei Gerda toen ze werd gevraagd mee te doen aan het project Ontroerend Goed. Maar al pratende kwamen er veel mooie herinneringen boven. Zo weet ze nog dat opa op een dag zei “het ijzeren paard gaat door het land”. Het bleek de eerste trein die langs reed.
Gerda maakte mee wat voor opschudding de komst van de AOW veroorzaakte: “Mijn schoonvader ging zijn eerste AOW halen van f 25,- per maand. Het was voor hem een belangrijke gebeurtenis. Hij trok zijn beste pak aan, mét stropdas!”.
Twee jaar geleden verhuisde Gerda naar Gudula. “Ik hoor de stilte van het plafond vallen” zei ze na het overlijden van haar man. Ze is blij met een appartement in Gudula, dat brengt een beetje leven om haar heen.
Wat beslist mee móest naar Gudula was voor haar heel duidelijk: De kast met haar verzameling blauw aardewerk. Ze bouwde het op uit de erfenis van haar 3 ongetrouwde tantes.
Maar het eerste stuk van de verzameling kreeg ze van de vrouw van de broer van haar moeder!
Bij haar tante mocht ze na de begrafenis wat uitzoeken. Ze koos voor een mooie blauwe schaal.
De anderen waren verbaasd, zij vonden dat ze ook het antieke theekastje moest nemen, dat had wel f 6,50 gekost en was gekocht bij “Hagens” aan de Molenstraat in Lochem. Maar zij vond het helemaal niet mooi! Dus nam ze alleen het aardewerk:
“Ik houd zo van de kleur blauw en toevallig hadden alle 3 de tantes blauw aardewerk”.
“Bij een andere tante keek ik na de begrafenis ook in de kelder en vond daar een paar mooie blauwe potten voor griesmeel en gort. Ook die heb ik meegenomen! Niemand anders wilde ze hebben. Zo heb ik de verzameling steeds kunnen uitbereiden …”
“Alles wat ik in die tijd verzamelde, heb ik ook gebruikt: de blauwe schaal voor het gebak en ook de kleine blauwe schoteltjes voor koekjes of gebak. Maar nu gebruik ik het niet meer. Ik ben bang dat het valt en stuk gaat”.
Een aantal jaren geleden heeft Gerda de verzameling nog laten testen bij een antiekverzamelaar. Geschatte waarde: f 85 voor de hele verzameling!
“Ik ga het niet verkopen hoor! Zonde!”
Gerda van Oortmarssen vertelde haar verhaal aan Anita Kunst van Fit-ART
“De mooiste was de Witte Mercedes”
Jo Kettelarij -Zomer, geb. 4 maart 1931
Haar opa zei: “Ik stop er mee, ga jij het maar doen”. En daarmee begon de carrière van Jo Kettelarij …
Een carrière van 30 jaar! De mooiste taxi in die dertig jaar was haar WITTE MERCEDES!
Háár taxibedrijf begon in Almen, eerst met de klanten van haar opa, maar al snel werd het groter. De eerste contacten maakte ze met het PW Janssen verpleeghuis, ze reed voor de cliënten … van huis naar het verpleeghuis.
Er waren cliënten die Jo moest ophalen die zelf niet meer wisten waar zij naar toe moesten. Dan zat er een briefje in hun zak met het adres en de plek waar degene moest zijn. Jo vond het geweldig om dit te doen, zij had veel contacten met de fysiotherapie van het verpleeghuis, Jo maakte altijd een praatje als zij haar klanten daar afleverde.
Een paar weken geleden zijn dan Jan en Bernard langs geweest in Gudula met een mooie bos bloemen voor Jo. Alle verhalen werden weer in geuren en kleuren opgehaald. Geweldig vond Jo dit “dat ze nog de moeite hebben genomen om langs te komen”
Ook heeft zij de jeugd vervoerd in haar taxi, meestal in de late uurtjes …….. dronken jongens uit Steenderen en Laren, lagen op de stoep en moesten naar huis.
Er zijn nooit ruzies en andere onrechtmatigheden in de taxi van Jo gebeurd! Dat zegt wel wat! Er is een verhaal dat een van de jongens geen geld bij zich had om de taxi te betalen, Jo heeft toen gezegd: “ik breng je nu naar huis en betaal mij morgen dan maar”.
Deze jongeman is de volgende dag niet geweest, maar bij de volgende taxirit kwam hij zelf ermee dat hij de vorige rit nog moest betalen…. Wel mooi!
Ook werden er kleine kinderen naar het consultatiebureau gebracht, ondertussen had Jo 3 kinderen gekregen en zij nam ze gewoon mee naar het bureau. Ze vroeg aan de andere ouders “pas even op mijn kinderen, ik moet nog even een ritje doen. Ik ben dan zo terug”
Maar ook bekende mensen kwam ze tegen. Hans Kazan moest naar Schiphol. Later stuurde hij nog een kaartje uit Spanje!
Met 3 vrouwelijke taxichauffeurs in Laren, wat toch zeker wel progressief was in die tijd, heeft zij dit doorgegeven aan haar kleindochter die nu in Duitsland woont, zij doet de opleiding in een garage en wil zich daarin verder specialiseren…….. mooi hoe je ziet dat er leefwijze worden “doorgeven” in een familie.
Jo Kettelarij vertelde haar verhaal aan Anita Kunst van Fit-ART
“My First, my last, my everything!”
Eddy Masius, geb. 21 oktober 1929
Jacob Wilhelm Eduard Masius werd geboren in Surakarta en groeide op in Yogjakarta, de mooiste stad in Oost-Java met het kraton en dichtbij de bekende tempel Borobudur en onder de rook van de vulkaan Merapi. Veel attributen in zijn zonnige kamer herinneren aan Indonesië, dat prachtige tropische eilandenrijk rond de evenaar.
Als jongen wilde Eddy graag chirurg worden. Met messen werken, maar niet zomaar snijden in vlees. Met het doel om mensen beter te maken. Dat leek hem spannend. Jammer dat zijn ouders niet genoeg geld hadden om zijn studie te betalen.
Nu moest Eddy op bevel van de Nederlanders de oorlog in. Een verschrikkelijke tijd. Hij probeerde zo gauw hij kon daaruit te komen en reisde naar Nieuw Guinea. Op het bedrijf van zijn oom deed hij de financiën. En daar ontmoette hij een hele leuke en lieve collega. Zij werd later zijn vrouw. Zij kwam van Torajaland, een bijzondere bevolkingsgroep van het eiland Celebes. Al snel stelde hij zijn verloofde voor aan zijn 13 broers en zussen. Die moesten het wel eens zijn met zijn keuze. En dat lukte. Ze zagen dat ze goed voor elkaar waren.
In de ’50er jaren kwamen zij naar Nederland. Hij vond werk bij Sturka, een confectie en kledingbedrijf in Zutphen. Hij werd er hoofd van de Stalenkamer en werkte er met veel plezier.
Maar zijn belangrijkste functie vond hij – samen met zijn vrouw – het grootbrengen van hun drie kinderen. Hij is trots op ze. Ze hebben kunnen studeren. Dat was voor zijn vrouw en hem erg belangrijk. Een aantal van hen werkt in de gezondheidszorg, iets wat hij graag had gewild. Zijn kleinzoon is hem vaak aan het stangen … zegt dan dat hij huisman wil worden. Maar als opa zegt dat hij elke week met de witte handschoen langskomt om het stof te meten … gaat hij toch wel werken.
Na het overlijden van zijn vrouw, heeft Eddy het gevoel dat zijn opdracht voltooid is. Haar as heeft hij bij zich op zijn kamer in een mooie witte urn met een orchidee, haar lievelingsbloem. En als hij de sleutel in het slot draait of onverwachts zijn kamer in komt, heeft hij het gevoel dat ze bij hem is. Ze waren 50 jaar getrouwd en zij was zijn eerste en enige vrouw. Eddy droomt terug als hij zegt …
“My first, my last, my everthing”, dat is ze voor mij! Nog steeds.
You’re the First, the Last, My Everything
(Barry White)
We got it together, didn’t we?
Nobody but you and me
We got it together, baby
My first, my last, my everything,
And the answer to all my dreams
You’re my sun, my moon, my guiding star
My kind of wonderful, that’s what you are
Eddy Masius vertelde zijn verhaal aan Tineke Posthumus van Fit-ART
“Wat veurbi’j geet en wat blif”
Annie Swart – Jolink, geb. 12 juli 1928
Annie Swart duikt direct achter haar stoel naar iets in de vensterbank en zet het op tafel. Het is een bankje van hout, op schaal gemaakt met prachtige houtsneden. Overal in haar kamer staan miniaturen van hout, met hele fijne details. Je ziet direct dat het professioneel werk is!
Het is van haar man. Eigenlijk schoenmaker van beroep, die van Utrecht naar Lochem verhuisde om bij Swaters (waar nu café Schatjes is) het echte vak te leren. Via een bijeenkomst van de Apostolische Kerk in Doetinchem ontmoetten zij elkaar. Zij kreeg in hun verlovingstijd van hem zelfgemaakte schoenen. Met echte liefde gemaakt!
Maar houtbewerken werd zijn grote hobby. Hij zag altijd mogelijkheden in stukken hout. Zijn eerste werkstuk was een locomotief. Gewoon op de keukentafel … als er gegeten moest worden dan rolde ze – heel voorzichtig – het tafelkleed een stukje op.
Het leven in huize Swart stond in het teken van de geur van bewerkt hout, houtkrullen, het geluid van handwerk. Er was veel aanloop van mensen die een mooi stukje hout brachten. En later ook weer om te zien wat het geworden was. Prachtige koetsen met wielen die in de riemen hingen. Linnenkasten, die je vroeger zag in een boerenstijlkeuken, compleet met kunstig strak opgerolde lakens en kledingstukken. Alles perfect op schaal van 1:12.
Op een dag zag hij een foto van een witte trouwkoets in de Margriet. Het werd zijn pronkstuk. Hij gaf hem aan hun dochter Anke. Zoals hij meestal al zijn werk weg gaf. Als iemand zei dat hij iets mooi vond, zei hij “Neem maar mee”. En dan gingen ze de deur uit van met alles onder de arm, soms ook spullen van Annie erbij. Het ging hem niet om “het hebben”, maar om “het maken”.
Ze waren allebei blij dat hij een kamertje boven kreeg waar hij kon werken. Vooral toen de draaibank kwam en hij begon te werken met hardhout. Dat rode stof ging overal inzitten.
Het is een geduldig werkje, dat gepruts met die kleine details. “Maar hij had eigenlijk heel weinig geduld”, zegt Annie met een glimlach. Alles moest direct, dadelijk. Hij werkte heel hard als schoenmaker. En hoe moe hij ook was, altijd ging hij nog even aan de slag met zijn houtgereedschap. Veel mensen hebben genoten van zijn kunstwerken tijdens exposities en lezingen met het thema “Wat veurbi’j geet en wat blif”. In Annie’s kamer staan nog veel mooie creaties. Die zijn gebleven …
Annie heeft hem altijd zijn gang laten gaan. Gaf hem de ruimte. Het was zijn leven. En eigenlijk gaf het haar ruimte voor het hare. Soms deed ze wel eens stiekem de deur dicht van zijn kamertje … heerlijk rustig!
Annie Swart vertelde haar verhaal aan Tineke Posthumus van Fit-ART
“Bloemkoolwolken zijn zo onnatuurlijk!”
Gerda Wagenvoort – Memelink, geb. 11 december 1917
Blikvanger in de kamer van Gerda Wagenvoort is een prachtig schilderij van een landschap. Prachtig geschilderd … maar als je dichterbij komt zie je dat het heel fijn geborduurd is. Wat een werk, al die natuurlijke tinten … prachtwerk!
Gerda vertelt over haar zoektocht naar een landschap met natuurlijke wolken, geen bloemkolen. Ze vond het uiteindelijk bij Van de Poort in Zutphen. Maar de afbeelding vinden was nog maar één ding. Al die verschillende kleuren wol… ze is er stad en land voor afgereisd. Elke handwerkwinkel werd bestormd en ook op de markt speurde ze steeds naar de goede kleuren. Door al die verschillende tinten te gebruiken moest het een natuurlijk beeld worden, met schaduw en nuances. Dat is haar heel goed gelukt, want je blijft er naar kijken: al die kleurschakeringen, alleen het gras en de bomen hebben samen wel 50 tinten groen en dan nog het koolzaad, de schapen en niet te vergeten de lucht. Geen bloemkoolwolken, maar een natuurlijke hemel, weerspiegeld in het water. Haar man heeft haar geholpen door het doek te spannen in een raamwerk. Een goede samenwerking!
Handwerken is haar grote hobby. Ze kent heel veel technieken. Zo heeft ze ook de meest ingewikkelde breiwerken gemaakt: Truien met ajour, kabels, mooie pauwenwaaiers. Bij het denken aan haar breipatronen droomt ze weg … er komen meer herinneringen … ze dwaalt in gedachten door een grote kast bij haar thuis in Vorden …
Een kast vol verhalen … samen trokken we in gedachten de laatjes open … Gerda ziet opeens haar rol-stofzuigertje liggen. Het was een ideaal gereedschap om het pluchen tafelkleed schoon te maken. Ze kocht het ooit op een beurs in Rotterdam.
Verder gingen we … in gedachten … naar boven in de kast. Achter de glazen deurtjes staat een verzameling antieke koperen miniaturen. Het is antiek speelgoed en het is onze huishoudelijke geschiedenis in het klein: een koffiemolen, een bidpannetje, een wasbakje, een stoofje … ze ziet het zo voor zich in haar bijzondere kast in Vorden.
We dalen weer af … nog steeds in gedachten op reis door de kast … op zoek naar het boek met breipatronen. We komen de “Wagenvoortjes” tegen. Zo noemt Gerda haar stamboom. Die kent familietakken tot in Australië en Amerika. Haar verre familieleden blijven bij haar … door de boekjes in die la van de kast, die ze in gedachten doorbladerd. Zo kan ze in haar gedachten een hele reünie creëren.
En naast de “Wagenvoortjes” ligt het: haar boek met breipatronen. We hebben het teruggevonden. Het was een mooie reis. Zo’n virtuele reis door een oude volle kast in Vorden… , een beeld van een vol leven!
Gerda Wagenvoort vertelde haar verhaal aan Irma Mulder, welzijn Gudula
“Mijn trouwjurk, het mooiste wat ik maakte!”
Dini Vossebelt-van Zuilekom, geb. 16 mei 1930
De verhuizing naar Gudula is haar eigenlijk overkomen. Alles ging zo snel. Ze heeft zelf niks uitgezocht om mee te nemen, dat deden haar jongens. Wat er staat is dus in die zin niet zo speciaal voor haar.
Dini Vossebelt is coupeuse. Niet officieel, maar alles zelf geleerd. Eerst vermaakte ze jurken als werkneemster bij Takken in de Nieuwstad, maar al gauw begint ze voor zichzelf. Een echte ondernemer werkt niet voor een baas! Dat heeft ze van haar vader.
“Wat het mooiste is dat ik gemaakt heb …” Ze denkt een paar minuten na. Dan weet ze het direct zeker: “Mijn trouwjurk!”
Opeens liggen we allebei op de knieën voor het tv-kastje, dat nog niet open geweest is sinds ze hier 2 jaar geleden is komen wonen. Gravend in de foto’s komen heel veel herinneringen boven. Vakantiefoto’s, foto’s van de jongens … Dini heeft geen idee of haar trouwfoto’s ook in het kastje liggen.
Heel groot is dan de verrassing als ze tevoorschijn komen: Een prachtige trouwfoto uit 1951. En nog eentje, waar ze heel verliefd naar elkaar kijken. Ze kent Gosen al haar hele leven. Ze wonen naast elkaar aan de Zutphenseweg. Met 8 jaar hadden ze al ‘verkering’. De vader van Gosen was vroeg gestorven. Hij moest voor zijn moeder zorgen. Een lieve vrouw. Diny kon ook goed met haar, heel anders dan met haar eigen moeder. Toen Gosen 18 was, moest hij in dienst. Hij zei: ”je wacht toch wel op mij?”.
Maar hij was er niet echt gerust op, dus ging de kogel door de kerk. Hij vraagt haar! “Anders ga je d’r mij vandoor” … wat ze natuurlijk helemaal niet van plan is, want het past gewoon. Maar om Gosen na zijn diensttijd echt los te krijgen van zijn moeder is nog een kunst. Het wordt een ‘strategisch moetje’.
In 1951 trouwen ze. Dini maakt haar eigen trouwjurk. De crèmekleurig glansstof past prachtig bij haar rode krullenbos. En ze maakt een minitrouwjurk voor haar kleine zusje, die zo graag bruidsmeisje wil zijn. Dini is heel erg blij met de steun voor haar vader. Hij was ook blij voor haar dat ze in verwachting was. Haar vader was “haar alles”.
Bij zo’n mooie bruid hoort natuurlijk ook een mooi bruidsboeket. Gosen haalt speciaal voor haar Lelietjes van Dalen uit Den Haag. Op haar 65ste geeft hij haar weer zo’n prachtig boeket …
Ze hebben het goed gehad samen, Gosen en zij met de jongens. Ze zijn maar liefst 61 jaar met elkaar getrouwd geweest. En dan nog al die verkeringsjaren erbij vanaf haar achtste. Een leven lang. “Geen ruzie maken” zegt ze altijd en “eerst goed uitdenken voor je wat doet”. Dat zijn levensmotto’s die haar verder helpen.
Alleen de verhuizing van Gudula … daar was ze niet op voorbereid. En nu is ze toch blij dat ze er is, tussen de mensen. En omdat ze weet dat ze Gosen er een plezier mee deed.
Dini Vossebelt vertelde haar verhaal aan Tineke Posthumus van Fit-ART
“Niet meer op één hand te tellen …”
Toos Harmsen – Bosman, geb. 30 december 1925
… want , Toos Harmsen heeft er meer dan 100: Meer dan twintig handen vol vingerhoedjes. Vanuit de hele wereld … Mevrouw Harmsen hoeft haar hand maar om te draaien om de hele wereld rond te reizen met haar vingerhoedjes uit alle windstreken.
Zelf reisde ze liever niet zo ver. Op de Veluwe was het al zo prachtig. Ze toerde er vele weken rond met man, zus en zwager. Heel gezellig, in een mooi gehuurd huisje. Vakantie was echt ontspanning, niks hoeven. Je moet al genoeg in het leven. Lekker luieren, beginnen met lekkere koffie en een spelletje. En daarna op de fiets of in de auto op stap … de omgeving verkennen.
Maar bij een buurvrouw kwam ze op het idee om vingerhoedjes te gaan verzamelen. Je hebt er zulke mooie van. Echte kunstwerkjes. Van over de hele wereld, uit andere culturen. Natuurlijk kwamen de eerste van de Veluwe, maar haar kinderen en kennissen verrasten haar al gauw met bijzondere vingerhoedjes uit het buitenland. Zo had niemand meer een probleem om een souvenir te vinden.
De grote voorjaarsschoonmaak is nu ook een feest. Ze worden allemaal lekker gesopt, glanzend gewreven en opnieuw bewonderd. Ze staan zo mooi in hun eigen kastje. Speciaal voor de verzameling gemaakt.
Op een dag ging Toos op bezoek bij haar man in het ziekenhuis. Ze kwam aan de praat met een man uit Markelo die op bezoek ging bij zijn vader. Hij vertelde met veel plezier over zijn tot kunst verheven ambacht, zijn levenshobby. Zij vertelde even enthousiast over háár verzamelhobby – de vingerhoeden – en hoe graag ze die een mooi plekje zou willen geven.
En zo kwam het dat er in Markelo een prachtig kunstwerk werd gemaakt, waarin al haar vingerhoeden een plekje kregen in haar huis in Laren. Het werd het begin van een waardevolle vriendschap.
Toos Harmsen vertelde haar verhaal aan Irma Mulder, activiteitenbegeleider Gudula